Anne de Koe (1866-1941)

Nietsvermoedend passeren duizenden automobilisten het kerkgebouw op weg naar Texel. De route naar de veerdienst verloopt via de Binnenhaven van Den Helder door de Weststraat met aan de rechterkant het reddingmuseum, een casino en veel horeca. Aan het einde van de straat het marinemuseum, maar dat is te ver want dan is de Nieuwe Kerk al voorbijgereden.

Onopvallend ligt de kerk halverwege in het verlengde van de Weststraat, ingeklemd tussen twee bruggen. De kerk maakt daarmee de verbinding tussen het terrein van de voormalige Rijkswerf en de stad. Zo moest het zijn en dit was ook de randvoorwaarde bij de bouw van de kerk in 1839. De Nieuwe Kerk is een waterstaatskerk, gebouwd onder toezicht en naar ontwerp vanuit overheidswege in ruil voor een forse rijksbijdrage. De voorwaarde was dan wel dat de kerk gebouwd werd in de nabijheid van de Rijkswerf zodat marinepersoneel en werfmedewerkers er op zondag gebruik van konden maken. En dat gebeurde ook. Op zondag marcheerden de officiers en de adelborsten onder begeleiding van het tamboerkorps naar de kerk om daar plaats te nemen in de speciaal gereserveerde banken. Recent is nog het opschrift van de adelborstenbank teruggevonden.

In 1862 deed de bekende dichter predikant Francois HaverSchmidt alias Piet Paaltjes intrede als predikant van de Nieuwe Kerk, hij zou er slechts twee jaar blijven. Zijn vriend en biograaf Joh. Deyserinck doopsgezind predikant in Den Helder, schreef later: ‘de kerkleer met haar drieëenheid, godmensch, verzoening en jongste gericht was hem ten eenenmale vreemd, zoo zelfs dat het nooit ernstig in hem opgekomen is haar te bestrijden’. Dit was het theologisch gehalte van HaverSchmidt, maar typeert tevens de ligging van de Hervormde Kerk van Den Helder in de negentiende eeuw: modernistisch en liberaal. Sommige predikanten waren vrijzinnig. Dat gold ook voor dominee Anne Hylkes De Koe die in 1898 intrede deed in de Nieuwe Kerk. Hij was al enkele jaren predikant in Nieuwveen (ZH) toen hij het beroep kreeg naar Den Helder. Waarom De Koe het beroep naar de marinestad heeft aangenomen zal altijd wel onduidelijk blijven, maar een gelukkige combinatie was het niet want De Koe was antimilitaristisch en onder invloed van het tolstojisme een anarcho-communistisch denker geworden. Wars van militair vertoon, zal de zondagse kerkparade hem grote ergernis hebben gegeven. Dit kon niet goed gaan en in 1899 ging het fout tijdens een doopdienst waarin twee kinderen van twee marineofficieren werden gedoopt. De tekstkeuze was merkwaardig, maar passend in het modernistische denken. De Koe had als tekst 1 Kor. 9: 16 waarin Paulus zegt het evangelie te moeten verkondigen omdat de nood hem is opgelegd. Het werd een preek over karakter, over flinkheid en moed. De Koe werkte de preek uit aan de hand van voorbeelden van Jeremia, Uria en Nathan. Volgens De Koe voorbeelden van karaktergrootheid. In zijn toepassing kwam De Koe vervolgens terecht bij de typering van de hardwerkende visserman en de jammerlijke marineman, die altijd mooi in uniform loopt maar ondertussen moppert over zijn positie. De marineofficieren voelden zich beledigd en klaagden De Koe aan, ondersteund door de hogere staf van de marine. De Koe werd een socialistische preek verweten. De zaak werd hoog opgetrokken en leidde tot synodale vragen en ook de minister van Marine moest eraan te pas komen. Ondertussen kwam er voor marineofficieren een verbod om de kerk te bezoeken en werd de zondagse kerkparade afgeschaft. Dit laatste vond De Koe niet erg, ‘wie in enigszins zuivere geest naar ’t bedehuis gaat, die laat dat niet voor zich uit trompetten’. Uiteindelijk werd de zaak gesust, maar de kwestie heeft De Koe wel tot de overtuiging gebracht dat hij niet de juiste predikant was in deze omgeving.

In 1901 preekte hij afscheid en sloot hij zich met zijn gezin aan bij een kolonie in Blaricum, een gemeenschap die een nieuwe maatschappij nastreefden; een samenleving waarin iedereen met en naast elkaar werkte. Botsingen en conflicten bleven niet uit. De Koe verhuisde naar de kolonie Walden van de bekende schrijver Frederik van Eeden. Hier ontstonden nieuwe conflicten. Na gedesillusioneerd wat rondgezworven te hebben werd hij directeur van Ons Huis in Rotterdam en kon hij zich bezig houden met volkshuiswerk en gemeenschapsvorming. De laatste jaren van zijn leven werd hij geplaagd door ziekten. Meer dan nodig, want hij weigerde hulp van artsen. De Koe overleed in 1941 in Lochem

Rotterdamsch Nieuwsblad 4-5-1899

Vergelijkbare berichten