Ds Bos Hzn

Johannes Bos (1853-1931)

Overgenomen uit De Wekker van 9 januari 1931. In memoriam door Prof. F. Lengkeek.

Waarde Broeder
Wat vooral de laatste veertien dagen dreigde, is feit geworden. Het heeft den Heere behaagd onzen ouden broeder Ds. J. Bos Hzn. op te roepen uit dit leven en hem over te plaatsen in het leven der heerlijkheid, waar geen tranen meer worden geschreid, geen zuchten meer geslaakt, geen ziekten dreigen, geen ouderdom de krachten sloopt; waar geen zonde en ongerechtigheid meer wordt gevonden, maar het leven in volle gerechtigheid en heiligheid en kennis zich ontplooit, eeuwige vreugde wordt genoten in ongestoorden vrede, en eeuwige jeugd de ziel verblijdt voor het aangezicht des Heeren!
Wat zal dat een overgang voor hem geweest zijn, wiens gemoed zich zoo teer kon uiten, als het ging over de dienens- en lievenswaardigheid des Heeren. Veel had ook hij te lijden onder de ongestalten des levens; het „Ik, ellendig mensch! “ was hem niet vreemd. En nu — afgelost en voorgoed verlost!
Langen tijd is hij sukkelende geweest, met veel bezwaren, inzonderheid wat betreft het denkvermogen; het viel hem zoo goed als onmogelijk den draad van een gesprek vast te houden. Ook waren zijne bestrijdingen vele. Die werden alle van hem genomen in den nacht van Vrijdag op Zaterdag na Kerstmis. Toen heeft hij van al zijne dierbaren afscheid mogen nemen, waarbij zijn sterfbed een predikstoel werd. „Zelf ging hij toen nog voor in gebed, krachtig en helder, zonder verwarring van woorden of gedachten”, aldus berichtte mij zijn zoon. „‘t Kwam uit een door Christus verlichte ziel. Daarna gaf hij op te zingen
Ps. 89:7. Zelf zette hij in en zong naar vermogen nog uit volle borst mee. ‘t Was ontroerend, om nooit te vergeten. “ Werd verwacht, dat den volgenden Zondag reeds het einde daar zou zijn, het heeft geduurd tot j.l. Zondagavond 10 uur. Toen is hij zacht en kalm ontslapen. De laatste week was hij geheel blind, doch, ziende den Onzienlijke, schaadde het hem niet.
Zoo is dan onze broeder den dood des oprechten gestorven, en wij en de zijnen mogen hem nastaren, zij er weemoed in het hart over de scheiding, maar toch met blijdschap en troost. Wij zullen hem „den hemel niet misgunnen”. Zijn taak hier was afgedaan. Zoolang mogelijk heeft hij gearbeid naar den lust zijns harten in de dingen van het Koninkrijk Gods. Niet zonder gebreken — wie onzer zou dit verwachten? — maar ook die zijn bedekt met Christus’ gerechtigheid.
Zijne opleiding heeft Ds. Bos gedeeltelijk genoten bij Ds. J. Jager in Oost-Friesland. In 1895 werd hij door de Synode als candidaat beroepbaar gesteld en 9 Augustus van dat jaar werd hij als Herder en Leeraar bevestigd te Leeuwarden. Vandaar ging hij in 1908 naar Den Helder en in 1912 naar Delft. Op 1 Oct. 1923 werd den 70-jarige eervol emeritaat verleend.
Zijn ijverig en accuraat werken als penningmeester der kassen „E.B.P. “ en „E.P. P.W. en W. “ behoeft niet te worden gememoreerd. Bijna 35 jaren heeft hij zijne zorgen en krachten daaraan gegeven, en hoewel de overvloed zeer dikwijls zijne deur is voorbijgegaan, altijd met de strikste eerlijkheid.
Wij gedenken zijner in liefde!
Moge de Heere het wel maken in den smartelijken gemis-weg voor Weduwe en Kinderen! Hij heilige tot roem Zijns Naams dit sterven nog aan de levenden!
Nog geen week is het jaar oud, en reeds dit sterfgeval!
Wie volgt?
Zij het in geloovig wachten op den Heere!
Met vr. br. gr.
t.t.

L.

Vergelijkbare berichten