Willem Schock (1847-1927)

Het is niet bekend hoe Willem Schock (1847-1927) in Den Helder gekomen is. Was het op grond van een voordracht, sollicitatie of anderszins? Nu was Schock, geboren in Utrecht, geen predikant. Hij was aanvankelijk godsdienstonderwijzer in hervormde gemeenten van Vleuten en Kockengen. Vanaf 1870 was hij evangelist bij de confessionele verenigingen van Zeeuws Vlaanderen en Hillegom. Vanaf 1878 komen we hem in Den Helder tegen als evangelist van de confessioneel gerichte evangelisatie Eben Haëzer er legde hij de eerste steen voor het gebouw aan de Hoogstraat. Dit kon rekenen op de sympathie van de afgescheiden gemeente, want in de kerkenraadsnotulen van xxx wordt melding gemaakt van een collecte

Omstreeks 1880 sluit Schock zich aan bij de Chr. Geref. Kerk en gaat hij in Kampen theologie studeren. Hij wordt predikant in Nieuwdorp en van 1892 tot 1915 staat hij in Amerongen. Schock was groot voorstander van de Vereniging, de beweging die zou leiden tot het samengaan van de afgescheiden kerken, vanaf 1869 Chr. Gereformeerden genoemd, met de Dolerenden uit de Hervormde Kerk. Uit deze vereniging die landelijk aangestuurd werd door Abraham Kuyper zou in 1892 de Gereformeerde Kerken in Nederland ontstaan. Zijn enthousiasme voor de Vereniging bracht Schock rijmend en nogal triomfantelijk onder woorden in een brochure. Abraham Kuyper, de voorman van de Gereformeerden, citeerde het gedicht van Schock in De Heraut van 15 mei 1892: ‘We zouden van dit werkje dan ook niet zoo breedvoerig melding maken, zoo niet aan het slot deze bezielde bede voorkwam, die we, wijl ze hooger mikt, onzen lezers niet onthouden wilden’.

God, die dat werk volbracht.
Brengen wij eer.
Hij, die regeert met kracht,
Werpe ter neer
Al wat niet is uit Hem,
Wat naar zijn liefdestem
En naar Jeruzalem Luistert noch vraagt.

Hij, die om eenheid bad.
Ziet zich verhoord.
Die ons heeft liefgehad.
Bracht dit nu voort. Broeders! vereenigt u.
Dooft alle twistvuur nu.
Zweert dan elkander nu Liefde en trouw.

Christus uw Koning toch Is ook uw Hoofd,
Gij zijt zijn leden — och Houdt u dan doof
Voor wat zijn lichaam smaadt.
Voor wat zijn Sion haat,
Voor wat de liefde schaadt,
Reeds zijt gij één.

Straks, na een kleinen tijd.
Komt men weer saam;
Dan klinkt het wijd en zijd:
Lof zij Gods Naam!
Het huwlijk kwam tot stand!
Hecht is der kerken band!
Nu gaan wij hand in hand,
Want wij zijn één!

Schenk uwe zegening.
Koning der Kerk!
Straks der Vergadering.
Kroon dan uw werk.
Ban eigendunklijk vleesch,
Geef uwen Heil’gen Geest,
Dien broed’ren allermeest.
Dan is het één.

Vergelijkbare berichten